Thema's, fundamentele principes en standaarden
Definitief
We zijn niet de enige die de beweging naar het netwerkmodel maken. Op verschillende plaatsen binnen de Nederlandse overheid zie je die technologische beweging van berichtenverkeer naar API’s en gebeurtenissen technologie. Zowel in de gemeentewereld, onder de noemer Common Ground, als in de zorgwereld. We willen in het netwerk optimaal gebruik maken van overheidsbrede afspraken, standaarden en voorzieningen.
Daarom zijn de NORA (Nederlandse Overheid Referentie Architectuur), de Architectuur Digitale Overheid 2030 en de MIDO (Meerjaren Infrastructuur Digitale Overheid) Domeinarchitecturen van toepassing. De principes daarin herhalen we niet, die zijn te vinden in:
- NORA principes.
- MIDO Domeinarchitectuur toegang (identificatie, authenticatie, machtigen en vertegenwoordigen).
- MIDO Domeinarchitectuur gegevensuitwisseling 2.0, vastgesteld 5 februari 2025.
- MIDO Interactiearchitectuur (hoewel die nog meer van toepassing is op de Solution Intent m.b.t. Burgerportaal).
- Federatief datastelsel.
- We verwijzen graag naar de veranderfactoren, beleid, wet- en regelgeving, ontwikkelingen, knelpunten en principes die in die referentie en domein architecturen worden benoemd en herhalen ze hier niet.
In dit hoofdstuk werken we vooral aanvullende thema’s en principes uit. Thema’s en principes wat specifieker voor het domein Jeugd, Zorg en Veiligheid.
Thema’s
Maatschappelijke, juridische en digitale overheidskaders waarbinnen de oplossing welke het afsprakenkader biedt moet passen zijn samen te vatten in vier kernthema’s:
- Zelfredzaamheid ondersteund: Hier komen de ontwikkelingen mensgerichtheid, doenvermogen, digitalisering, arbeidsmarkt en de inzet van Hervormingsagenda Jeugd/Toekomstscenario bij elkaar. Het voorkomt veel leed door problematiek in een vroeg stadium te (helpen) verhelpen. En met digitale preventieve oplossingen kan de beperkt beschikbare professionele aandacht worden gereserveerd voor waar ze echt nodig is.
- Transparantie voor de burger: Hier komen de ontwikkelingen rechtsbescherming, rechtsstatelijkheid, digitaal doenvermogen, omnichannel, digibeter, de EU-datawetten en de Wembv bij elkaar. Door inzicht in het proces voor de betrokkenen, transparant en accountable, met de mogelijkheden om te participeren (zienswijze en bezwaar inbrengen) en met de zorgplicht voor minder digitaal vaardigen krijgt de burger een centrale rol.
- Integraal Samenwerken: Hier komen de ontwikkelingen Systemisch, Digitalisering, Arbeidsmarkt, Interbestuurlijke datastrategie, moderne koppelvlakken en de landelijke agenda zorg en veiligheid bij elkaar. Focus is op het gezins(systeem), het samenbrengen van de relevante partners, komen tot een gedeeld beeld, een gedeeld plan en duidelijke regie.
- Informatie gedreven: Hier komende ontwikkelingen Datagedreven, Privacy, Federatief Datastelsel, Common/Public Ground, I-Strategie en Moderne Architectuur bij elkaar. Ketenpartners bieden functionaliteit en gegevens aan elkaar met gegevensbescherming en verantwoording in het hart.
Voor elk thema zijn principes met hun implicaties uitgewerkt.
Principes
Zelfredzaamheid ondersteund
We ondersteunen de zelfredzaamheid concreet, de-escalerend en specifiek. Dweilen met de kraan open is niet gewenst, we moeten erger voorkomen. Bij voorkeur bereikt de burger de gedwongen/justitiële kaders niet. Daarom ondersteunen we vanuit de overheid de burger met gekwalificeerde, onafhankelijke, niet-commerciële ondersteuning. Vooral door leerbare en inzicht-gevende uniforme kennis beschikbaar te maken over problematiek en concrete oplossingen op een betrouwbare plek. Aangevuld met regionale kennis en laagdrempelige hulp van professionals.
Voor dit thema vonden we geen principes bij NORA, GEMMA, MIDO of FDS om her te gebruiken.
De specifieke principes voor dit thema, met in achtneming dat gedwongen justitiële kaders nog niet zijn bereikt, zijn daarom:
| B11 | Concrete hulp |
|---|---|
| Statement | Anoniem en via zelfbediening is praktisch advies beschikbaar. Dus concreet antwoord op vragen, vragenlijsten voor zelfanalyse, stappenplan, tips en tricks, handvatten, overzichten en ervaringsverhalen. Bewezen effectief. Met taal die aansluit. |
| Implicaties | - We stellen zoveel mogelijk informatie ter beschikking en maken onze diensten zodanig, dat de burger zelfredzaam kan zijn in het regelen van eigen zaken, ook met de overheid. |
| B12 | De-escalerend |
|---|---|
| Statement | De inhoud van de hulp is gericht op verminderen van de problematiek en voorkomen van het verergeren van de situatie. Het stuurt niet richting professionals, het bevordert het benutten van het eigen netwerk om problemen op te lossen en geeft objectieve input om zelf mee aan de slag te gaan. |
| Implicaties | - We richten ons ook op preventie en normalisering, door de burger. |
| B13 | Personaliseerbaar |
|---|---|
| Statement | De burger kan kiezen de hulp toe te snijden op de situatie. Door antwoord op vragen of kiezen van opties. Zo kan de begeleiding specifieker worden gemaakt en nog concretere vervolg stappen, aanpak instrumenten of thema’s worden aangeboden. |
| Implicaties | - De burger krijgt actieve controle over het hulptraject. - Door zelf keuzes te maken of vragen te beantwoorden, wordt de hulp afgestemd op persoonlijke behoeften en omstandigheden. |
| B14 | Regie bij de Burger |
|---|---|
| Statement | De burger bepaalt zelf of er professionele ondersteuning nodig is en wat met een hulpverlener wordt gedeeld of wat met andere hulpverleners wordt gedeeld. Ze worden desgewenst ondersteund in de werkstroom naar hulpverleners.Zo kunnen burgers met groeiende problemen desgewenst vroeg in beeld komen. |
| Implicaties | - De burger heeft zeggenschap over het al dan niet inschakelen van professionele hulp. - De burger bepaalt zelf welke informatie gedeeld wordt en met wie, wat privacy en autonomie versterkt. |
Transparantie voor de burger
We werken nauw en transparant samen met de burger en zijn/haar gezin. Transparantie is voor de jeugd, zorg en veiligheid een belangrijk thema. Doel is om de burger en zijn/haar gezinssysteem meer inzicht te geven in hun gegevens en de status van hun zaken, aansluitend bij hun perspectief en vanuit één ingang. Zodat de burger zelf de regie kan (terug)pakken en zijn bijdrage in de samenwerking kan leveren.
Basisprincipes voor dit thema zijn afkomstig van drie bronnen: de NORA, de Gemma, de MIDO en het FDS.
Voor de NORA hanteren we principes:
- NAP01 Verplaats je in de gebruiker
- NAP02 Geef inzicht in de afhandeling van de dienst
- NAP03 Lever een kanaal onafhankelijk resultaat
Voor de GEMMA hanteren we principes:
- GAP18 Bied regie op gegevens
- GAP 19 Zorg voor digitale inclusie
- GAP 20 Zorg voor digitale weerbaarheid
Voor de MIDO-domein architectuur Interactie hanteren we principes:
- BD-01: één overheidsbeleving
- BD-03: Samenhangende communicatie
- BD-04: Inzicht in gegevens over jezelf
- BD-08: Keuzevrijheid in kanalen en kanaalonafhankelijke, consistente dienstverlening
- BD-09 Herkenbare en uniform gestructureerde overheidswebsites en -apps
We hanteren 4 eigen aanvullende principes:
| B21 | Inzichtelijk |
|---|---|
| Statement | De burger kan de eigen persoonsinformatie en procesinformatie inzien. Inzoomen en een perspectief kiezen (bijv. vanuit gezinslid, ketenpartner, processtap of tijdslijn) is mogelijk voor meer inzicht. De informatie is sorteerbaar, doorzoekbaar, filterbaar. Met de mogelijkheid voor een verzoek om correctie, verwijdering. |
| Implicaties | - Inzage is op uniforme wijze ingericht over alle betrokken ketenpartners heen en vanuit het perspectief van de gezinsleden, gebruiksvriendelijk en dienstverlenend. - Er is één duidelijk en vindbaar toegangspunt voor informatie dat niet om kennis van de organisatorische of procesmatige inrichting vraagt. - Inzichtelijk is ook wie (welke professional) welke gegevens heeft gebruikt. - Inzichtelijk is wie (organisatie en professional) welke gegevens hebben ingevoerd en gewijzigd. - Ook de historische stand van zaken is inzichtelijk. - Een gezinslid kan een verzoeken tot wijziging van gegevens doen, die bij de juiste organisatie en professional wordt beschikbaar gesteld. - Er moet een alternatieve mogelijkheid worden geboden aan gezinsleden die niet in staat zijn dit op digitale manier in te inzien of te verzoeken. |
| B22 | Integraal op/vanuit 1 plek |
|---|---|
| Statement | De burger kan op of vanuit één landelijke plek het gehele dossier inzien. De burger kan op één plek zijn voorkeuren aangeven welke en via welk kanaal informatie actief wordt beschikbaar gesteld. De burger kan op één plaats inzien wie waarvoor zijn gegevens heeft gebruikt en dat beïnvloeden. Regie op gegevens hanteert als vertrekpunt dat mensen inzage moeten hebben in hun persoonlijke gegevens en het gebruik daarvan door derden, dat zij de mogelijkheid moeten hebben om gegevens te corrigeren of verwijderen en dat zij gegevens moeten kunnen (her)gebruiken, zowel binnen de overheid als daarbuiten. Hierdoor verbetert de transparantie, neemt de kwaliteit van gegevens toe en wordt de positie van de burger versterkt. |
| Implicaties | - Als burger word ik actief digitaal op de hoogte gesteld van wat er van mij wordt verwacht. - Als burger heb ik invloed op met wie en wanneer mijn gegevens gedeeld worden. |
| B23 | Perspectief van Burger/Gezin |
|---|---|
| Statement | Het perspectief van de burger en zijn/haar gezinssysteem staan centraal. We testen continu met burgers wat wel en niet werkt. Dat betekent ook dat de actuele stand van zaken en de specifieke context van de burger wordt gebruikt. En dat de burger keuzemogelijkheden moet krijgen. Bovendien wordt rekening gehouden met de persoonlijke verschillen in mogelijkheden, omstandigheden en culturen. |
| Implicaties | - We verminderen het voor de burger onoverzichtelijke mijnenveld van mijn omgevingen |
| B24 | Participatief |
|---|---|
| Statement | De burger kan ook actief bijdragen aan analyse, overleg, besluitvorming en plan. De burger wordt actief gevraagd die bijdrage te leveren. |
| Implicaties | - Als burger word ik actief digitaal op de hoogte gesteld van wat er van mij wordt verwacht. - Als burger heb ik invloed op met wie en wanneer mijn gegevens gedeeld worden. |
Integraal samenwerken
In het domein van jeugd, zorg en veiligheid werken veel professionals die elk hun eigen taken uitvoeren voor het gezin. Die taken zijn vaak (bewust of onbewust) afhankelijk van taken of informatie van andere professionals. Daarom is het van belang dat een professional niet alleen zicht heeft op wat in de interne bedrijfsvoering van de organisatie waar die werkt bekend is. Maar dat er ook zicht is op informatie en over taken die door professionals van andere organisaties worden gedaan. Die informatie over de samenwerking moet gedeeld worden, zodat organisaties in staat worden gesteld ze ook onder de vingertoppen van hun professional te brengen. We werken vanuit een eigen taak(systeem) en verantwoordelijkheid in een gezamenlijk proces en sturingskader. Er is een flexibel inzetbaar samenwerkproces met ondersteuning voor daarin benodigde vaardigheden/bouwstenen. Focus is op het gezin(ssysteem), het samenbrengen van de relevante partners, komen tot een gedeeld beeld, een gedeeld plan en duidelijke regie.
Basisprincipes voor dit thema zijn afkomstig van één bron: de NORA. Van de GEMMA, de MIDO en het FDS zijn geen principes geoogst.
Voor de NORA hanteren we principes:
- NAP07. Bouw diensten modulair op: ontwerp losse ontkoppelde diensten
- NAP15. Maak diensten schaalbaar
- NAP17. Stuur cyclisch op kwaliteit
Specifieke principes voor dit thema rond samenwerken:
| B31 | Gezamenlijk proces |
|---|---|
| Statement | De deelnemers in een samenwerkingsverband werken conform een lerend samenwerkingsproces met vaste samenwerkrollen. Daarover maken we gezamenlijk afspraken, in een federatief stelsel. Met twaalf vaardigheden voor verrijken, analyseren, beslissen en uitvoeren. Gericht op het regisseren van de juiste interventie door de juiste partner op het juiste moment. |
| Implicaties | - Samenwerken aan delen van analyses en plan moet mogelijk zijn. - Ook voor vervanging c.q. delen van de verantwoordelijkheid moet een oplossing/afspraken worden geïntroduceerd. - Aan een (deel)plan moet door meerdere professionals tegelijk kunnen worden gewerkt. Ook de betrokken burger moet daaraan logischerwijs kunnen meewerken. - Partijen zullen daarvoor functionaliteit in hun eigen processen en bedrijfsvoeringssystemen opnemen, zodat het als vanzelfsprekend kan worden gedeeld én opgehaald. - Een verstoring van het delen kan grote impact hebben bij andere ketenpartners. Het is dus zaak in het ontwerp van het beschikbaar stellen en delen robuuste oplossingen te maken, die rekening houdt met andere ketenpartners. |
| B32 | Eigen taak(systeem) |
|---|---|
| Statement | Samenwerken is niet afgescheiden, naast het gewone werk noch gebeurt het (alleen) in ketenportalen. Samenwerken is ingebed in de eigen taak en dus ook in het eigen taaksysteem. Daarin wordt men opmerkzaam gemaakt op nieuwe relevante informatie en kan deze informatie ook in het taaksysteem inzien. |
| Implicaties | - In verzoeken om informatie en de digitale uitwisseling moet voldoende gespecificeerd zijn over de rol en functie van de betrokkene, de wettelijke taak, de doelbinding en de informatiebehoefte voor de professional om te beoordelen of tot verstrekking wordt overgegaan. - Verzoeken tot samenwerking en inzage/verstrekking van informatie kunnen worden geweigerd. Dat kan zowel geautomatiseerd collectief (bijv. voor een bepaald type verzoek van een bepaalde organisatie) of individueel door een professional. |
| B33 | Eigen verantwoordelijkheid |
|---|---|
| Statement | Ondanks de samenwerking is er steeds een aanwijsbare verantwoordelijke/dienstverlener.En maakt een professional een eigen afweging vanuit eigen cultuur, werkwijze en kader. Dat geldt ook voor de procesregisseur of casusregisseur, die de coördinatie van het samenwerkproces of de uitvoering van het plan ter hand neemt. |
| Implicaties | - In verzoeken om informatie en de digitale uitwisseling moet voldoende gespecificeerd zijn over de rol en functie van de betrokkene, de wettelijke taak, de doelbinding en de informatiebehoefte voor de professional om te beoordelen of tot verstrekking wordt overgegaan. - Verzoeken tot samenwerking en inzage/verstrekking van informatie kunnen worden geweigerd. Dat kan zowel geautomatiseerd collectief (bijv. voor een bepaald type verzoek van een bepaalde organisatie) of individueel door een professional. - De meest geschikte ketenpartner wordt casusregisseur. Deze moet snel worden bepaald en zichtbaar zijn voor alle betrokkenen. |
| B34 | Gezamenlijk sturingskader |
|---|---|
| Statement | Ketenpartners meten en sturen de samenwerking bij. Gericht op de gewenste output, kwaliteit en maatschappelijk effect, met een relatie naar de doelenboom. We doen dit zowel voor operationeel gebruik als voor beleidsvorming, leren en verantwoording. Het is niet voldoende om alleen operationele, casus gerelateerde informatie te delen. Samenwerken betekent ook dat evaluaties, tactische informatie en stuurinformatie wordt gedeeld. Om te leren is het belangrijk het effect te meten. |
| Implicaties | - In verzoeken om informatie en de digitale uitwisseling moet voldoende gespecificeerd zijn over de rol en functie van de betrokkene, de wettelijke taak, de doelbinding en de informatiebehoefte voor de professional om te beoordelen of tot verstrekking wordt overgegaan. - Verzoeken tot samenwerking en inzage/verstrekking van informatie kunnen worden geweigerd. Dat kan zowel geautomatiseerd collectief (bijv. voor een bepaald type verzoek van een bepaalde organisatie) of individueel door een professional. - Voor het verzamelen van data en monitoren van de samenwerking is behoefte aan een standaard. - Op verschillende niveaus kunnen gegevens bevraagd worden c.q. informatieproducten geleverd worden. - Evalueren onderdeel en cyclisch verbeteren maakt onderdeel uit van het proces. - Behoefte aan een monitor om de resultaten inzichtelijk te maken. |
Informatie gedreven
We maken als ketenpartners informatie by design betekenisvol, duurzaam en privaat voor de samenwerking beschikbaar. Na de digitalisering van bestaande (papier)stromen tussen twee partijen maken we de volgende sprong. Er ontstaat een virtueel samenwerkplatform van informatiediensten. Daarin is helder wie verantwoordelijk is voor welke informatie en wat de betekenis van de gegevens is. Daarbij is gegevensbescherming in het platform “by design” ingebed en werken we op basis van overheid brede afspraken.
Vanuit het perspectief van een ketenpartner verschuift het paradigma van keteninformatievoorziening hiermee van het verplicht aansluiten op ketenvoorzieningen naar het verzamelen en aanbieden van functionaliteit en gegevens aan elkaar met gegevensbescherming en verantwoording in het hart. Dat versterkt de samenwerking.
Hierop hanteren we geen eigen principes, maar hanteren we de principes van vier bronnen: de NORA, de GEMMA, de MIDO en het FDS.
Voor de NORA/GEMMA hanteren we principes:
- NAP/GAP08 Standaardiseer waar mogelijk: reduceer variëteit en kosten, zorg voor een betere interoperabiliteit.
- NAP/GAP10 Neem gegevens als fundament: de kwaliteit, toegankelijkheid en zorgvuldig beheer van ontstaan tot vernieuwing van gegevens zijn het fundament voor waardevolle diensten.
- NAP/GAP11 Pas doelbinding toe
- NAP/GAP12 Informeer bij de bron
De MIDO Domeinarchitectuur Gegevensuitwisseling (paragraaf 4.2). Met name:
- Principes m.b.t. het beheren van metagegevens (3.1 – 3.6)
- Principes m.b.t. bescherming van persoonsgegevens, logging en beveiliging (1.7, 1.8)
- Principes m.b.t. kwaliteit en geschiktheid voor gebruik (1.1, 1.3, 1.4, 4.1, 4.2)
- Principes m.b.t. toepassing van (open) standaarden (1.2)
En als derde bron de principes van toepassing van het Federatief Datastelsel. Met name:
- Data blijft bij de bron, de bronhouder is soeverein, heeft zeggenschap en autoriseert de toegang tot data
- Zorgvuldige omgang met beveiliging en privacy
- Toepassing van afspraken boven standaarden en voorzieningen
- Decentraal wat kan, centraal wat moet
- Toepassing van een vertrouwensraamwerk
- Hoogwaardige data: waarborgen van datakwaliteit en/met metadata
We hanteren de volgende drie specifieke aanvullende principes:
| B35 | Binnen het gezamenlijke proces spreken we eenzelfde taal |
|---|---|
| Statement | Er is één gemeenschappelijk semantisch, schematisch en syntactisch model nodig om binnen het gezamenlijke proces en binnen het domein efficiënt en effectief informatie uit te kunnen wisselen. Populair gezegd spreken we, binnen het samenwerkverband, dezelfde taal. |
| Implicaties | - Elke organisatie moet kunnen omgaan met het gemeenschappelijk semantisch, schematisch en syntactisch model, zowel als ontvanger van informatie als aanbieder. - Er zullen doorgaans vertalingen nodig zijn naar eigen interne wereld met een eigen semantisch, schematisch en syntactisch model. |
| B36 | De informatiebehoeftige is verantwoordelijk voor informatie-inwinning |
|---|---|
| Statement | Organisaties met een informatiebehoefte zijn verantwoordelijk voor het ophalen van die informatie. Organisaties die informatie beheren zijn verantwoordelijk voor het ontsluiten van die informatie voor bevragingen en voor het actief kenbaar maken van beschikbaarheid ervan, bijvoorbeeld via gebeurtenissen, catalogi of registers. In de praktijk wordt deze verantwoordelijkheid vaak onterecht bij informatieaanbieders gelegd door hen te verplichten informatie actief te brengen. Brengen kan en moet soms plaatsvinden, maar het mag niet structureel als primaire verplichting worden opgelegd aan de informatiehouder. |
| Implicaties | - Niet de organisatie die informatie heeft wordt verantwoordelijk gemaakt voor aanlevering bij de ontvanger, maar de verantwoordelijkheid voor inwinning ligt bij de ontvanger. In het estafette model wordt deze verantwoordelijkheid vaak (oneigenlijk) verplaatst naar de leverende organisatie en moet deze informatie gaan brengen. - De ontvanger moet de informatie gaan halen, zie ook de aansluiting bij het ‘halen bij de bron’ gedachtengoed. |
| B37 | De ontvanger vertaald naar het eigen domein |
|---|---|
| Statement | De aanbieders van informatie bieden deze aan conform het keteninformatiemodel. Als vertalingen nodig zijn naar het domein van de ontvanger, doet de ontvanger van de informatie dit zelf en wordt deze taak niet verplaatst naar de aanbieder of naar een ketenvoorziening en daarmee niet naar een shared-service organisatie. |
| Implicaties | - Vertalingen t.b.v. het domein van de afnemer van de informatie worden niet verlegt naar de aanbieder van de informatie. - Afnemers zullen waar nodig zelf vertalingen (translaties) moeten uitvoeren. - Vertalingen kunnen niet worden verlegd naar ketenvoorziening-/shared-service-organisaties. Dergelijke vertalingen zijn uniek waardoor het centraal invullen daarvan onlogisch en onwenselijk is. Mogelijke uitzonderingen zijn vertalingen voor een domein met verschillende organisaties daarbinnen zonder eigen shared service voorzieningen (mogelijke explain). |
| B38 | Single pane of glass |
|---|---|
| Statement | Zoals de burger informatie op één plek kan vinden (zie betreffende principe), beschikt de professional ook over één plek waar de benodigde informatie is te vinden of kan worden ingewonnen, namelijk binnen de taakapplicatie van de betreffende partij. |
| Implicaties | - De taakapplicaties moeten de informatie kunnen tonen en opvraag kunnen maken. - Daar waar nu verschillende tool en portals beschikbaar gemaakt worden is een consolidatie nodig. - Er moet gebruik gemaakt worden van functies, services en koppelvlakken van het stelsel zodat een flexibel, aanpasbaar ‘loosely coupled’ landschap ontstaat en geen monolithische functionaliteit binnen de taakapplicaties |
| B39 | Scheiding data en processen(common ground) |
|---|---|
| Statement | Data en processen zijn gescheiden zowel in het gezamenlijke domein als binnen de achterliggende ICT-infrastructuren, daar bevindt zich immers de te ontsluiten data. |
| Implicaties | Scheiding van data en processen leidt tot een efficiënter, veiliger en flexibeler ICT-landschap, maar vraagt ook om nieuwe technische, organisatorische en juridische aanpakken. |
Uitgangspunten
| Uitgangspunt | Tegenovergestelde benadering (anti-patroon) |
|---|---|
| Informatie blijft bij de bron(houder). | Data gekopieerd naar de afnemer. |
| Gestroomlijnd samenwerkproces en uniforme samenwerkfuncties. | Uniek proces per samenwerking. |
| Gebruik eigen taaksysteem. | Gebruik centraal systeem. |
| We spreken een zelfde samenwerktaal. | Unieke taal per samenwerking, geen gemeenschappelijke taal. |
| Gegevens beschermd door digitale vertrouwenslaag. | Bescherming door vooral (papieren) convenanten. |
| Gestandaardiseerd en open conform Nederlandse Digitaliseringsstrategie. | Gesloten software en eigen standaarden. |
| Minimale stelsel functies in het midden. | Centraal opslag systeem. |
| Transparant en participatief voor de burger. | Losse info op papier, mail of via Mijnomgevingen per partner. |
Standaarden
Vanzelfsprekend geldt de toepassing van verplichte standaarden (zie Forum Standaardisatie). Relevant voor afsprakenstelsel zijn de volgende standaarden (in wording) en afspraken over internationale standaarden in de Nederlandse context (zoals bijvoorbeeld - NL GOV profile for CloudEvents):
- OAuth en NL GOV Assurance profile for OAuth 2.0 (NLGov OAuth)
- OIDC en NL GOV Assurance Profile for OIDC (NLGov OpenID connect)
- SCIM
- CloudEvents en NL GOV profile for CloudEvents
- Digikoppeling Koppelvlakstandaard REST-API
- NL GOV API Design Rules (NLGov ADR)
- OpenAPI Specification (OAS)
- AsyncAPI
- FSC: Federated Service Connectivity
- FTV: Federatieve Toegangsverlening
- AuthZEN
- TLS (standaard voor het versleutelen van de connectie waar de API’s gebruik van maken)
- DNSSEC
Deze lijst is niet limitatief en kan in de tijd nog worden aangevuld.